Scheprad

Molens als werktuig om water op te voeren worden sinds 1407 ingezet. De wipmolen lijkt qua bouw op de standaard molen. Een groot verschil is echter dat bij de standaard molen alle aan te drijven machines zich in het bovenhuis bevinden. Bij een wipmolen heeft men juist op maaiveld hoogte energie nodig om het scheprad in beweging te zetten.
Het bovenhuis bevat het bovenwiel dat op de bovenas (wiekenas) zit. Om van windkracht gebruikt te kunnen maken moet de draaiende beweging van de wieken om gezet worden in een draaiende beweging van het scheprad. Het bovenwiel drijft vervolgens een ronsel (tandwiel) aan, dat zit aan de koningspil gemonteerd en levert zo een draaiende beweging in de ondertoren. Daar zit weer een rondsel op de koningspil die het waterwiel(tandwiel) aandrijft. Die zet de wateras in beweging en kan ook deze het scheprad in beweging zetten.
Het scheprad is een soort waaier die het water door een smalle goot voortstuwt, het water loopt tegen de opleider aan. Het water moet nu omhoog en zal met genoeg waterdruk de wachtdeur openen. Tasting 930mm, bladen 330 mm breed, diameter 5210 mm. De Westveense heeft net als de Oukoopse en de Oostzijdse een scheprad met gebogen bladen. Dit is gedaan om het water sneller af te voeren. Het ontwerp voor het nieuwe scheprad is van Jan Hofstra.

