Molenbiotoop
De molenbiotoop
Molens staan nooit op een willekeurige plek. Het molentype dat men aantreft zegt iets over de geschiedenis van het landschap. Binnen dat landschap is de molenlocatie zo gekozen dat de molen optimaal kon functioneren. De omgeving waarmee een molen in relatie staat, noemen we de molenbiotoop. Een goede molenbiotoop is van fundamenteel belang voor de werking en het behoud van de molen.
|
Wat is een molenbiotoop? Om aan te geven hoe nauw de relatie tussen een molen en zijn omgeving is, introduceerde dhr. E. Smit jr. in 1973 het begrip molenbiotoop. Inmiddels is dit in de molenwereld geheel ingeburgerd geraakt. Smit ontleende de term aan de vogelbescherming. Daar staat de biotoop voor het milieu waarin een bepaalde vogelsoort leeft en het beste gedijt. Bij de molenbiotoop is de ruimte die vrij wordt gehouden voor een goede windvang van cruciaal belang. Daarnaast staat met name de zichtbaarheid van de molen centraal. Deze is historisch zo gegroeid en maakt dat een molen vaak zo sfeerbepalend is. Bij een watermolen bestaat de molenbiotoop met name uit de beken die het water aan- en afvoeren, en eventuele stuwvijvers. Een molen staat nooit op een willekeurige plaats in het landschap: er is altijd een goede reden voor. Een poldermolen staat op een plek waar water dient te worden uitgemalen. Dit is veelal langs een boezem, in of bij een polder. Koren- en industriemolens werden gebouwd op plaatsen waar de aanvoermogelijkheden van grondstoffen en de afzetmogelijkheden voor het product gunstig waren. Een watermolen stond op een plaats waar een adequate watertoevoer voor de aandrijving van het waterrad kon worden gegarandeerd. Op diverse manieren is er dan ook een historische wisselwerking tussen een molen en het omringende landschap. Poldermolens zijn in droogmakerijen zelfs onmisbaar geweest voor de schepping ervan. Het project om de molens en het 17e eeuwse landschap in de polder De Schermer te herstellen is hiervan een mooi voorbeeld. |
Noodzaak van een goede windvang
Om een molen goed (en veilig!) te kunnen laten draaien, is een onbelemmerde aan- en afvoer van wind van vitaal belang. Bovendien laten molenaars hun molen doorgaans niet alleen draaien: er wordt ook daadwerkelijk mee gemálen. Om de molenstenen aan te drijven, of om water op te pompen, heeft de molen een bepaald vermogen nodig. Een geringe afname van de windsnelheid heeft al een fors verlies aan vermogen tot gevolg. Tien procent minder wind resulteert in ruim 25 procent afname van het maalvermogen! Minstens zo problematisch is, dat de wind als gevolg van obstakels turbulenter wordt: er ontstaan meer vlagen en windstiltes. Dit veroorzaakt een ongelijke belasting van het wiekenkruis. De molen gaat ongelijkmatig lopen, wat het malen vrijwel onmogelijk maakt. Ook leidt het tot een verhoogd risico op breuk van de bewegende onderdelen in de molen. Bij een korenmolen resulteert een onregelmatige gang bovendien in meel van slechte kwaliteit. Uit veiligheidsoverwegingen is het van belang dat de molenaar tijdens het malen onbelemmerd zicht heeft op de hemel. Hij moet naderende buien en veranderingen in de wind tijdig kunnen opmerken, om het draaien van de wieken daarop aan te passen.
Voeg bij dit alles, dat de invloed die een obstakel op de wind heeft in de hoogte reikt tot twee keer de obstakelhoogte over een afstand van tientallen malen de obstakelhoogte. Het zal daarmee duidelijk zijn dat een molen behoorlijk wat ruimte nodig heeft om in bedrijf te kunnen blijven.
Molenbiotoop van de Westveense Molen
De Westveense Molen heeft een biotoop die door De Hollandse Molen als "aanvaardbaar" is betiteld. Dat betekend dat er in een straal van 100 meter nog obstakels staan.
Voorjaar 2011 zijn 3 berken en 4 essen uit de aangrenzende tuin gehaald, op kosten van de Stg.De Utrechtse Molens. Dit is een grote verbetering, het gevlucht raakte soms een van de berken. Tevens is er nu meer wind vanuit het zuid oosten en kan men de molen beter zien vanaf de Amstelkade.
Aangezien Waternet graag ziet dat de molen meer gaat malen, heeft men mij aktief ondersteund bij het opstellen van een verbeterplan. Dit plan heb ik ingestuurd naar de provincie. De provincie had een wedstrijd waarbij één molen €10000,- kan winnen ten behoeve van de molenbiotoop. De uitslag wordt in oktober bekend gemaakt. De achterliggende gedachte is natuurlijk dat een molenaar/ eigenaar van een molen gaat netwerken en lobbyen om bomen te laten snoeien Van twee eigenaren heb ik toestemming om te mogen zagen. Uiteindelijk gaat het om enorm veel bomen. Duizenden zaailingen, honderden die dunner zijn dan 15 cm, 106 zijn dikker dan 15 cm. De Nieuwkoopse knotgroep van het IVN is al sinds 1982 aktief en heeft rond de 60 vrijwilligers. Zij beheren al jaar en dag grote delen van de Westveense polder. Het zou mooi zijn als er nu een flinke slag geslagen kan worden en dat zij het beheer op de lange termijn blijven doen. Dat is slechts te garanderen als het voortbestaan van deze enthousiaste grote groep gewaarborgd blijft. Helaas zitten zij vrij krap bij kas.